Wie het landbouwnieuws en formatieproces volgt, kan het niet ontgaan zijn: de regering verkent een ‘productschap 2.0’. Een moderne publiek-private organisatie die boeren, ketenpartijen, NGO’s en overheid helpt om samen de grote opgaven van deze tijd aan te pakken. Voor sommigen klinkt dat als een terugkeer naar een systeem waar in 2015 bewust afscheid van is genomen. Voor mij is het vooral een kans om het beste van toen te combineren met wat nú nodig is, een procesinnovatie dus.Wanneer we het over innovatie in de veehouderij hebben, denken veel mensen meteen aan techniek. Een nieuwe stalvloer, een emissiearme installatie, een sensor die iets meet. Begrijpelijk — techniek is zichtbaar. Maar de grootste stap vooruit zit in iets anders. Niet zozeer in wat we bedenken, maar in hoe we het mogelijk maken om innovaties ook echt toe te passen.Wie vandaag op een boerenerf staat, voelt de spanning. We willen goed dierenwelzijn, voedselzekerheid, een leefbaar platteland én gezonde natuur. Tegelijk zorgen broeikasgassen, fijnstof en geur voor druk op onze omgeving, en zitten veel processen vast. Dat frustreert boeren, omwonenden, bestuurders én onderzoekers.